Guido Vertelt

Na mijn laatste adem

Soms, heel soms, stel ik me voor hoe het zal zijn: een prachtige reünie in het hiernamaals.
Een weerzien met mijn dochtertje Luka?
Een hernieuwde beleving met mijn vader en zijn broers?
Het is mijn wens der wensen.
Ik stel het me voor, soms, heel soms …

Na mijn laatste adem

Zo nu en dan stel ik me voor
vraag me af bij tijd en wijle
hoe het licht zal schijnen
op de weelderige vlakte
zonder begin noch eind
met blik op eindeloze verte
de horizon voorbij
“Verwarmen gouden zonnestralen
het eeuwig veld van jacht?”

Zo nu en dan stel ik me voor
beeld me in bij tijd en wijle
hoe ik de ruimte vul
in mijn nieuw verblijf
het onvergankelijke leven
het bestaan dat pas bestaat
nadat mijn allerlaatste adem
vergankelijk verlaat

Zo nu en dan stel ik me voor
kijk naar jou bij tijd en wijle
hoe jouw flonkerend verschijnen
jouw onweerstaanbaar mooi gelaat
ten langen leste voor mij staat
mijn smachtende verlangen
een innige omhelzing
na die zwarte zomerdag
in augustus Twintig-Elf
grijp je stevig vast laat nooit meer los
voel het geluk tot in mijn merg
hereniging na jaren

Zo nu en dan stel ik me voor
zie mezelf bij tijd en wijle
en hoe mijn vader, Toon en Lei
Jan en Piet veelvuldig blasfemeren
aan een eikenhouten tafel
portret gegrift in mijn geheugen
ik observeer, geniet van deze scène
van mij komt er geen kaart
geen kaart uit eigen hand
op die eikenhouten tafel

Zo nu en dan stel ik me voor
denk bij tijd en wijle
over hoé en wát en wáár
in het nieuwe leven
het eeuwige bestaan
dat na mijn laatste adem
in mijn verbeelding gaat ontstaan

Meestentijds
stel ik me weinig voor
zie door de bank genomen
voornamelijk het niets
een lange zwarte leegte
ik hoop zo nu en dan
dat mijn beeld bij tijd en wijle
mijn verlangen zal vervullen
mijn ongrijpbaar diepe wens
voor het nieuwe leven
het leven
na mijn laatste adem …